Wanneer je in een ander geen mens meer ziet, wordt het gemakkelijker zich van hem te ontdoen. In nasleep van WO I telde Europa miljoenen ontheemden, gedoemd tot het leiden van een vluchtelingenbestaan. Het hertekenen van de kaarten van Europa leidde ertoe dat ze zich plots in een nieuw land bevonden, als minderheden, zonder burgerschap of rechten. In talloze vluchtelingenkampen leefden mensen waarmee de overheid zich geen raad wist, de Volkenbond evenmin.
Deze mensen werden gedemoniseerd, wat leidde tot de ontwikkeling van een totalitaire ideologie die ons richting WO II stuurde. Naarmate het aantal mensen dat als ongewenst toeneemt, neemt ook de omvang van de politiestaat toe. Zo beland je in neerwaartse spiraal waarna de staatsrepressie haar totalitaire vorm aanneemt. Wanneer je in een ander geenmens meer ziet, wordt het gemakkelijker zich van hem te ontdoen.
Het optreden van ICE (US Immigration and Customs Enforcement Agency) in de VS doet denken aan de jaren twintig en dertig van vorige eeuw, met het doodschieten van burgers, het paramilitaire vertoon van de organisatie, het hardhandig aanpakken en wreedaardig behandelen van zelfs kinderen. ICE vormt een nieuwe mijlpaal in de afbraak van de Amerikaanse democratie, aldus schrijfster en filosoof Alicja Gescinska in de krant ‘De Morgen’ .
Die dynamiek beperkt zich echter niet tot de Verenigde Staten. Overal ter wereld zien we hoe het ontmenselijken van bevolkingsgroepen de weg effent voor steeds hardere vormen van geweld en staatsmacht. In het Midden-Oosten bijvoorbeeld wordt een hele bevolking steeds vaker herleid tot een veiligheidsprobleem. In Gaza leven miljoenen mensen onder blokkade, bombardementen en voortdurende militaire druk. Wanneer staten – zoals Israël met de steun van de Verenigde Staten – hun militaire macht inzetten tegen dichtbevolkte burgergebieden, verschuift het morele kader: burgers verdwijnen uit het zicht, vervangen door abstracte categorieën als “doelwitten”, “collateral damage” of “terroristische infrastructuur”.
Ook dichter bij huis tekent zich een vergelijkbare logica af, zij het in een andere vorm. In België wordt het beleid tegenover migranten en asielzoekers steeds repressiever. Woonstbetredingen worden gelegitimeerd als instrument om mensen zonder papieren op te sporen. Tegelijk worden opvangplaatsen systematisch afgebouwd, waardoor niet alleen alleenstaande mannen maar ook gezinnen met kinderen op straat terechtkomen. Terwijl de staat haar verantwoordelijkheid terugschroeft, groeit de zichtbaarheid van menselijke miserie in parken, stations en tijdelijke opvangstructuren. Kinderen worden bovendien opgesloten in zogenaamde terugkeercentra, waar hun aanwezigheid gereduceerd wordt tot een administratief dossier dat zo snel mogelijk moet worden afgesloten.
Wanneer staten meer energie steken in het controleren, opsluiten en verwijderen van mensen dan in het beschermen van hun rechten, verandert langzaam het karakter van de democratie zelf. De grens tussen administratief beleid en repressief staatsapparaat begint te vervagen. Wat vandaag wordt ingevoerd voor “de ander”, kan morgen het instrument worden tegen bredere delen van de bevolking.
De les uit de twintigste eeuw is dat democratie niet alleen afbrokkelt door plotselinge revoluties of staatsgrepen, maar ook door kleine, ogenschijnlijk pragmatische maatregelen die telkens opnieuw een uitzondering maken op het principe dat elk mens recht heeft op bescherming en waardigheid. Zodra die uitzondering normaal wordt, verschuift het morele kompas van de samenleving.
Laten we waakzaam zijn…
Els Schelfhout |