Interview met Tilly De Maesschalck

dinsdag 01 december 2020

Dag Tilly, we zien je regelmatig bij verschillende evenementen i.v.m. hulp aan kansarmen. Graag willen wij je wat beter leren kennen.   

TILLYWel, ik ben geboren in Stekene op 29 juli 1941, en nu woon ik al 61 jaar in   Sint-Niklaas.

Je hebt school gelopen in Sint-Niklaas, niet?

Ja, in de O.-L.-Vrouw Presentatie volgde ik 3 jaar de Moderne Humaniora, en daarna 2 jaar de Handelsafdeling.

Waarom die overschakeling?

Mijn ouders hadden een Groot- en kleinhandel in tabakswaren en dachten dat ik zo beter voorbereid zou zijn om hen daarin te helpen.

En toen je op eigen benen ging staan?

Na mijn huwelijk en daarna de geboorte van de kinderen, ben ik even thuis gebleven om voor hen te zorgen, maar zodra ze naar school konden, ging ik weer aan de slag.

Opnieuw administratief werk?

Ja, maar ditmaal als medisch secretaresse en op een boekhoudkantoor, en ik werkte per uur. Er was op dat moment weinig werk, en al zeker geen jobzekerheid.

Dat is dan toch ten goede gekeerd?

Inderdaad, ik kon beginnen bij de Sint-Niklase Maatschappij voor de Huisvesting, met dan, als grote nieuwe uitdaging, het werk met de computer (lacht).

Tegenover jouw administratieve vaardigheden staat een zeer groot sociaal engagement.

Het kanteljaar was 1995. Met onze toenmalige pastoor Piet Herregods startte ik in de parochie Tereken als eerste in Sint-Niklaas een “Welzijnsschakel” op. Daarna zijn 3 andere parochies daarin nog gevolgd.

Hoe werkte dat dan?

Iedere vrijwilliger had een gezin waarvoor hij of zij “buddy” was. Ook – toen al – vluchtelingen, in die tijd vooral Roma. Eigenlijk was dit het begin van de hulp aan noodlijdenden.

Kreeg je ondersteuning?

Jazeker, Dr. Piet Willems en Jozef waren er toen ook al bij.

Maar daar bleef het niet bij?

Oh nee! Eind 1997 vroeg het Sociaal Centrum (nu CAW) om als vrijwilliger de praktische zaken rond vluchtelingen te ondersteunen, omdat ze er zelf niet toe kwam. Het Centrum zocht een contactpersoon. Jozef kon dat nog wel op zich nemen. Wij waren wel al in verschillende verenigingen, o.a. Broederlijk Delen, Welzijnsschakel Tereken, Welzijnszorg, 11.11.11, Solidariteitskoor Weerbots, welke wij stilaan moesten loslaten.

Het bureau was bij ons thuis. Door Welzijnsschakel Tereken had ik al veel sociale contacten in Sint-Niklaas en Gent en dat kwam goed van pas voor VLOS.

Kon je dat allemaal bolwerken?

Een mens kan meer dan hij denkt, wanneer de nood hoog is…

Kort daarna kwam een enorme stroom vluchtelingen uit Kosovo. In een gebouw op de Grote Markt konden we mensen te slapen leggen voor een korte periode. Zij kregen direct steun van het OCMW, want er waren nog geen opvangcentra. Wij zochten huizen en de vluchtelingen integreerden snel en mochten direct werken.

Ging dat gemakkelijk?

Ja, dat verliep vlot; er waren goede contacten met de lokale bevolking. We waren allemaal erg betrokken.

Enkel een dak boven het hoofd was natuurlijk niet voldoende.

Ach nee. Vanaf dan startten Linda Van Handenhoven en ik de VLOS-bazar. Vele mensen bezorgden ons hulpgoederen, en ook via de parochies konden we heel wat inzamelen.

Hadden jullie nog andere locaties?

Ja, gelukkig maar. Wij mochten in een deel van de Normaalschool onze werking verder zetten en dat was de start van ons VLOS-magazijn.

Dat was wel een speciale manier van werken.

Inderdaad, iedereen  hielp iedereen, en van zodra zich iets voordeed, moest een oplossing gevonden worden. VLOS was verspreid over verschillende locaties, met als gevolg een grote, ingewikkelde administratie … allemaal bij ons in de living.

Is dat lang zo gebleven?

Tot in 2007, dan verhuisde de volledige administratie naar de Kasteelstraat nr. 4, ons huidig VLOS-centrum.

En het aantal noodlijdenden?

Dat is nooit verminderd, wel integendeel. Denk maar aan de gruwel in Afrika, Afghanistan, Syrië, Irak … met als recente reminder de brand in het Moria-kamp op Lesbos … hopelijk een oogopener voor velen onder ons …

Zo’n drukke agenda, Tilly, bleef er dan nog tijd voor hobby’s?

Al jaren is mijn hobby luisteren naar mensen met hun zorgen en vreugden.

Zo ging ik vroeger ook voor de Parochie op ziekenbezoek in de kliniek, maar door de wet op de privacy konden we niet langer over de nodige gegevens beschikken.

Ik ben heel graag de mensen nabij. Dat doet mij enorm deugd en het houdt me nu recht bij de verminderde kracht door het ouder worden.

Na 20 jaar in de Raad van Bestuur van VLOS te zetelen en omdat ik volgend jaar op tram 8 stap, is het moment gekomen om mijn taak als bestuurder over te laten aan jongere krachten. Wij kunnen terugblikken op een mooie periode van hulp aan migrerende mensen in nood, waarbij velen een toekomst kregen.

Maar je blijft nog altijd de rechterhand en steun en toeverlaat van Jozef.

Ik doe mijn best, en samen hebben wij met de jaren geleerd dat solidariteit het belangrijkste is in het leven.

Zoveel inzet en zoveel betrokkenheid, Tilly, RESPECT!

En dankjewel voor dit openhartig gesprek.

 

TILLY DE MAESSCHALCK,

De vrouw naast Jozef

Samen een fantastisch team

De ouders van vijf kinderen, 11 kleinkinderen en 4 achterkleinkinderen.

De plus-ouders van zovele vluchtelingen

Het enige lichtpunt voor enorm veel mensen-in-nood

SAMEN DE ZIEL VAN VLOS

« Terug

Close